Lasrobots worden steeds makkelijker te programmeren. FANUC liet deze week zien hoe een lasprogramma automatisch uit een scan van het werkstuk wordt opgebouwd. Dat scheelt veel insteltijd.
Waar storingen echt ontstaan
In de praktijk ontstaan de meeste storingen bij lasrobots echter niet in de software. Ze ontstaan in het pakket met slangen en kabels dat naar de toorts loopt, door spatten, warmte, torsie en schuren langs de arm.
Vier zwakke plekken
- (01)Spatten en warmte: lasspatten branden door een onbeschermde slang. Een hittebescherming over de slang vangt ze op.
- (02)Torsie bij de pols: as 4 tot en met 6 draaien het meest. Zonder goede geleiding wordt het pakket telkens getordeerd.
- (03)Schuren langs de arm: een pakket dat los hangt, schuurt bij elke beweging langs de bovenarm.
- (04)Te veel of te weinig speling: te strak geeft trekspanning op de aansluitingen, te ruim geeft slaan en haken.
Afgestemd op het bewegingspatroon
Wisman Techniek engineert en monteert Reiku-dresspacks voor lasrobots. We stemmen geleiding, terugtrekking en bescherming af op het bewegingspatroon van de robot. Zo blijft de lasdraadaanvoer stabiel en gaan slangen langer mee.
Een snellere programmering levert pas echt tijdwinst op als de robot daarna ook blijft lassen.
Zelf uitrekenenDresspack-configuratorDresspack samenstellen voor je robotOpen de dresspack-configurator









