Kennisbank · Basis

Flexibele kabel: wanneer is een kabel echt flexibel?

Wanneer is een flexibele kabel echt geschikt voor beweging? Zo herken je buigflexibel en hoogflexibel en kies je de juiste kabel op rijweg en cycli.

Bas EgberinkKabelrupsen Specialist

16 okt 2026 · 11 min lezen

Kort antwoord

Een flexibele kabel is pas echt flexibel als hij gemaakt is om continu te bewegen: fijndradige geleiders, een korte slaglengte en een opgegeven aantal bewegingscycli en buigradius voor bewegend gebruik. Een kabel die alleen soepel aanvoelt, is daarmee nog niet geschikt voor een kabelrups.

Flexibele kabel: wanneer is een kabel echt flexibel?

Een flexibele kabel is pas echt flexibel als de fabrikant hem heeft gemaakt en getest voor continue beweging. Soepel aanvoelen is niet genoeg. Een kabel die je makkelijk met de hand buigt, kan in een kabelrups na korte tijd breken. Het verschil zit binnenin: in de geleiders, de slagopbouw en de mantel. En in het datablad: staat er geen aantal bewegingscycli en geen buigradius voor bewegend gebruik, dan is de kabel niet voor beweging bedoeld.

Wat is het verschil tussen een vaste, buigflexibele en hoogflexibele kabel?

Grofweg zijn er drie soorten kabels, elk voor een eigen gebruik.

  • Kabel voor vaste installatie: wordt één keer gelegd en daarna niet meer bewogen. Denk aan een kabel in een kabelgoot of in de muur. De geleiders zijn massief of grofdradig.
  • Buigflexibele kabel: mag af en toe bewegen of buigen, bijvoorbeeld bij een korte slag of een apparaat dat soms wordt verplaatst. Fijndradiger dan een installatiekabel, maar niet gemaakt voor dagelijkse beweging over lange afstand.
  • Hoogflexibele kabel: gemaakt om continu te bewegen, miljoenen keren, in een kabelrups of op een machine die de hele dag heen en weer rijdt.

Bij de TRAXLINE-kabels van Tsubaki Kabelschlepp zie je die indeling terug. De 200-klasse is buigflexibel. Vanaf de 400-klasse zijn alle series hoogflexibel. Welke klasse bij je toepassing hoort, lees je verderop.

De term "flexibele kabel" wordt in de praktijk voor al deze soorten gebruikt. Daarom loont het om verder te kijken dan de naam. Vraag je een buigzame kabel voor een bewegende toepassing aan, noem dan altijd de rijweg en hoe vaak de machine beweegt.

Waaraan herken je een echt flexibele kabel?

Een kabel voor bewegende toepassingen herken je aan vier dingen.

Fijndradige geleiders

Een geleider van veel dunne draadjes buigt makkelijker en vermoeit minder dan een geleider van een paar dikke draden. In de norm IEC 60228 zijn geleiders ingedeeld in klassen. Klasse 1 en 2 zijn massief en meerdradig, voor vaste installatie. Klasse 5 is fijndradig en klasse 6 extra fijndradig, en die zie je terug bij kabels die moeten bewegen. Fijndradig alleen is wel te weinig: ook een fijndradige kabel breekt als de opbouw niet klopt.

Een korte slaglengte en de juiste opbouw

De aders liggen in een spiraal om elkaar heen. Bij een korte slaglengte wisselt elke ader in de bocht steeds tussen binnen- en buitenkant. Zo worden rek en druk over alle aders verdeeld. In de TRAXLINE-data zie je deze opbouwen:

OpbouwWaar je hem vindt
In lagen geslagenCONTROL 200, DATA 400 C, DATA 700, FOC 700
In bundels geslagenCONTROL en POWER vanaf de 400-klasse
Getwiste parenDATA 700 TPi, BUS-kabels zoals PROFIBUS en CAN-BUS
EnkelvoudigPOWER ONE voor grote doorsneden
HybrideSYSTEM S en SYSTEM M, voeding en signaal in één mantel

In bundels geslagen betekent dat de aders eerst in kleine bundels worden gedraaid en die bundels daarna weer om een kern. Dat is de opbouw voor kabels met veel aders die veel moeten bewegen.

Een slijtvaste, glijvaste mantel

De mantel schuurt in de rups langs de stegen en langs andere kabels. Hij moet slijtvast zijn en goed glijden, en bestand tegen wat er in de omgeving zit. Bij TRAXLINE zijn dat PVC, PUR en TPE. Welke mantel je wanneer kiest, staat in PUR of PVC kabel in de kabelrups.

Opgegeven cycli en buigradius voor bewegend gebruik

Een echt flexibele kabel heeft in het datablad een aantal bewegingscycli, een maximale rijweg en een minimale buigradius voor bewegend gebruik. Ontbreken die, dan heeft niemand getest hoe lang de kabel het houdt.

Buigen of torderen: waarom maakt dat uit?

In een kabelrups buigt de kabel in één vlak. Hij gaat door de bocht, rekt aan de buitenkant op en wordt aan de binnenkant samengedrukt. Dat is buigen, en daarvoor zijn de TRAXLINE-kabels gemaakt.

Bij een industriële robot gebeurt iets anders. Rond de pols draait de kabel ook om zijn eigen as. Dat heet torsie, en dat vraagt een andere belasting van de geleiders en de opbouw. Een kabel die goed tegen buigen kan, is niet vanzelf geschikt voor torsie. Gaat het om de bekabeling naar het gereedschap van een robot, kijk dan naar een dresspack en lees dresspack kiezen voor je robot. Voor de rijweg van een robot op een lineaire as gebruik je weer gewoon een kabelrups met hoogflexibele kabels.

Welke flexibele kabel past bij jouw rijweg en aantal cycli?

Bij TRAXLINE zit de klasse in de naam. Voor de besturings- en stroomkabels geeft de fabrikant deze grenzen op:

KlasseFlexibiliteitMantelBewegingscycli totRijweg tot
200 BasisBuigflexibelPVC2 miljoen25 m
400 VeeleisendHoogflexibelPVC4 miljoen100 m
700 Zeer veeleisendHoogflexibelPUR7 miljoen500 m
1000 ExtreemHoogflexibelTPE10 miljoen1000 m

Let op: dit zijn de grenzen voor besturings- en stroomkabels. Data- en buskabels hebben eigen grenzen. De DATA 700-series gaan tot 200 m rijweg, de DATA 1000 TPi C TPE tot 400 m, en een USB S 700 C tot 5 m. Kijk dus altijd naar de serie zelf.

Zo kies je in drie stappen:

  1. (01)Bepaal de rijweg van de machine, dus de afstand die de kabelrups aflegt.
  2. (02)Schat het aantal bewegingen: hoe vaak per uur, hoeveel uur per dag, hoeveel jaar. Eén heen- en terugbeweging is één cyclus.
  3. (03)Kies de lichtste klasse waarvan zowel rijweg als cycli boven jouw waarden liggen.

De zwaarste klasse kiezen voor de zekerheid is zelden nodig. Een lichtere klasse die ruim volstaat, is meestal de betere keuze. Twijfel je tussen twee klassen, dan kies je de zwaardere.

Bij hele lange rijwegen hoort ook de juiste rups. Daar gebruiken we de TKHP. Voor de meeste machines is de UNIFLEX Advanced de allrounder.

Welke buigradius heeft een flexibele kabel nodig?

Ook een hoogflexibele kabel heeft een grens. Op de site rekenen we de krommingsradius van de rups minimaal op 7,5 keer de kabeldiameter, en ruim op 10 keer bij veel bewegingen. Geeft het datablad een grotere minimale buigradius, dan geldt die.

Een voorbeeld met een CONTROL 400 600V 7G1, met een buitendiameter van 9,4 mm. Minimaal 9,4 × 7,5 = 71 mm, ruim 9,4 × 10 = 94 mm. Bij veel bewegingen kies je dus een rups met een radius van minstens 94 mm. Meer uitleg en het rekenvoorbeeld voor de binnenhoogte staan in de juiste buigradius bepalen.

Zelf uitrekenenBuigradius berekenenMinimale buigradius uit je dikste kabelReken het uit

Hoe vind je snel de juiste flexibele kabel?

Weet je wat er door de kabel moet, maar niet welke serie? Gebruik dan de Kabelfinder. Je kiest de soort kabel, het aantal aders en de doorsnede, de afscherming, de rijweg en het aantal cycli. De kabelfinder zoekt in het TRAXLINE-assortiment en zet de lichtste kabel die volstaat bovenaan. Per kabel zie je de buitendiameter en de minimale binnenhoogte van de rups.

Zelf uitrekenenKabelfinderDe juiste flexibele kabel voor je kabelrupsOpen de kabelfinder

Weet je al welke kabel je nodig hebt, op artikelnummer of serie? Zet hem met het aantal meters op je aanvraaglijst. Voorraad en prijs hoor je binnen 1 werkdag, met de kopertoeslag van de dag erbij. We leveren los, op lengte of compleet in de rups. Alle series en varianten vind je bij flexibele kabels voor de kabelrups.

Welke soorten kabels er in een rups gaan, van besturing tot glasvezel, lees je in welke kabels in een kabelrups horen. Gaat er al een kabel kapot in een bestaande machine, kijk dan eerst bij kabelbreuk in de kabelrups wat de oorzaak is. Begin anders met de Kabelfinder of stuur je kabellijst mee met een offerteaanvraag.

Veelgestelde vragen

Wat is een flexibele kabel?

Een flexibele kabel heeft fijndradige geleiders en een opbouw waardoor hij kan bewegen zonder te breken. Voor een kabelrups heb je een hoogflexibele kabel nodig, met een opgegeven aantal bewegingscycli, een maximale rijweg en een buigradius voor bewegend gebruik.

Wat is het verschil tussen buigflexibel en hoogflexibel?

Een buigflexibele kabel mag af en toe bewegen of korte slagen maken. Een hoogflexibele kabel is gemaakt voor continue beweging over langere rijwegen. Bij TRAXLINE is de 200-klasse buigflexibel en zijn de klassen 400, 700 en 1000 hoogflexibel.

Is een soepele kabel ook geschikt voor een kabelrups?

Niet vanzelf. Soepelheid zegt iets over hoe makkelijk je de kabel buigt, niet over hoe vaak hij dat volhoudt. Kijk in het datablad naar het aantal bewegingscycli en de buigradius voor bewegend gebruik.

Kan een flexibele kabel ook torderen?

Een kabel voor de kabelrups is gemaakt voor buigen in één vlak. Torsie, zoals rond de pols van een robot, is een andere belasting. Daarvoor kijk je naar een dresspack en een kabel die voor torsie is bedoeld.

Welke klasse flexibele kabel heb ik nodig?

Kies de lichtste klasse waarvan rijweg en bewegingscycli boven jouw waarden liggen. Voor besturings- en stroomkabels is dat bij TRAXLINE tot 25 m de 200, tot 100 m de 400, tot 500 m de 700 en tot 1000 m de 1000-klasse, mits het aantal cycli ook past.

Volgende stap

Reken het zelf uit of bekijk het assortiment. Wij controleren je uitkomst kosteloos.

Vraag over dit onderwerp?

Vraag het Bas direct

Kabelrupsen Specialist bij Wisman Techniek